Er bestaat bij vermogende ondernemers steeds meer belangstelling voor privacy structuren. Reden is dat de jaarlijkse winst en het vermogen in hun B.V. vaak vrij eenvoudig te achterhalen is. En met de komst van het UBO-register is het straks nog makkelijker de link tussen de vennootschap en de uiteindelijk belanghebbende te leggen.

Er bestaat een onderscheid tussen vermogens- en naams-anonimisering. In deze blog staat het anonimiseren van vermogen centraal.

Wellicht ten overvloede: een privacy structuur heeft niets te maken met de Panama Papers en is niet gericht op het ontwijken van belasting of het beperken van openheid richting de Belastingdienst. Waar mogelijk vindt juist afstemming met de inspecteur plaats. De structuur is uitsluitend bedoeld om (een deel van) het vermogen te anonimiseren en draagt ertoe bij dat niet alle informatie openbaar wordt voor het grote publiek. Het opzetten van zo’n structuur is niet in strijd met de Nederlandse (fiscale) wetgeving.

Privacy structuur: waarom en tegen wie?

Iedereen kent natuurlijk de Quote 500 en de hiervan afgeleide lijstjes met de rijkste inwoners van een dorp, stad of provincie. Maar ook over mensen die niet op deze lijstjes staan, is al snel veel informatie beschikbaar via openbare bronnen. Denk aan de Kamer van Koophandel (jaarrekeningen), het Kadaster (tenaamstelling onroerend goed) en het WOZ-waardeloket (WOZ-waarde van woningen).

Via een paar muisklikken is het voor een nieuwsgierige buurman niet erg moeilijk om te achterhalen waar die extra gezinsauto vandaan komt. Ook criminelen kunnen hier hun voordeel mee doen. Daarnaast is het voor concurrenten of zakelijke relaties erg interessant de winstmarges te weten. Dit vinden veel ondernemers niet gewenst, ook niet voor hun partners en kinderen.

Doel van het opzetten van een privacy structuur is familievermogen minder zichtbaar te maken voor de buitenwereld en beter te beschermen. Belastingbesparing is niet het motief.

Het opzetten van een privacy structuur

Het uitkeren van overtollige, niet-bedrijfsgebonden middelen vanuit de B.V. naar privé (box 3) via een eenmalige dividenduitkering zou wellicht de meest eenvoudige oplossing zijn. Vanuit het oogpunt van privacy zeer effectief, want aangiften inkomstenbelasting zijn niet openbaar, maar fiscaal (vaak) ongewenst.

In de praktijk wordt bij het opzetten van een privacy structuur daarom veel gebruik gemaakt van een Open Commanditaire Vennootschap (CV) of een Open fonds voor gemene rekening (FGR) als nieuwe Holding. Beiden zijn vennootschapsbelastingplichtig, maar hoeven geen jaarrekening te deponeren. Het vermogen in de CV of het FGR is hierdoor dus niet openbaar. Bijkomend voordeel van een FGR is dat deze ook niet hoeft worden ingeschreven bij de KvK, een CV over het algemeen wel.

Voorbeeldstructuur anonimisering vermogen

Voorbeeldstructuur anonimisering vermogen

 

Een vergelijkbare structuur kan worden opgezet via een FGR in plaats van een CV. Bij een FGR moeten echter minimaal 10% van de participaties in handen zijn van één of meer andere participanten. Dit is niet altijd mogelijk. Daarnaast is de Belastingdienst van mening dat een FGR niet zondermeer kan worden gebruikt in combinatie met actieve werkmaatschappijen.

Stappenplan en aandachtspunten privacy structuur

Na het aangaan van de CV kan de nieuwe structuur via een aandelenfusie in principe fiscaal geruisloos tot stand komen. Overtollige middelen in de B.V. worden vervolgens ondergebracht in de CV. Afhankelijk van de overige activiteiten die nog binnen de structuur plaatsvinden, bestaat de mogelijkheid de B.V. te liquideren of juist in stand te houden, bijvoorbeeld voor bestaande contracten of de salarisadministratie.

  • Timing is belangrijk. Bij verkoop van een bedrijf kan eventueel gebruik worden gemaakt van een verlengd boekjaar om de opbrengst buiten de publicatiestukken te houden.
  • Het is noodzakelijk dat de participaties vrij verhandelbaar zijn en dat alleen de beherend vennoot de CV naar buiten toe vertegenwoordigt om te voorkomen dat de CV als fiscaal transparant kan worden aangemerkt.
  • Er is geen fiscale eenheid mogelijk tussen de CV en de onderliggende B.V.
  • Voor de B.V. blijft de publicatieplicht wél bestaan. Het is daarom belangrijk deze, waar mogelijk, ‘licht te maken’. Idealiter hoeft dan alleen nog maar een beperkte balans te worden gepubliceerd.

De toekomst: het UBO-register

Op grond van Europese regelgeving komt er een UBO-register, waarin verplicht gegevens worden opgenomen van de ‘uiteindelijk belanghebbenden’. Dit zijn personen met een (indirect) belang van meer dan 25% in bepaalde entiteiten, waaronder de B.V., CV en Stichting. Het is nog niet bekend of het FGR hier ook onder valt. Waarschijnlijk volgt er op korte termijn meer duidelijkheid.

Op basis van de huidige stand van zaken worden de naam, geboortemaand en -jaar, nationaliteit, woonstaat en het procentuele belang van de UBO openbaar. Komt hiermee het nut van een privacy structuur te vervallen? Nee! Voor de CV/FGR geldt immers geen publicatieplicht, waardoor de omvang van het vermogen voor derden niet inzichtelijk is. Anders gezegd: “wie” is minder interessant als men de factor “wat” niet kan invullen.

Rogier Pak

Rogier Pak

Bij het adviseren van vermogende particulieren en hun families op het gebied van (inter)nationale estate planning staan voor Rogier de wensen van zijn cliënten voorop. Vervolgens zoekt hij de optimale juridische en fiscale oplossing.
Rogier Pak