Een aandeelhouder kan in principe niet worden gedwongen om een financiering te verstrekken. In geval van een acute financieringsnood kan een aandeelhouder soms wel gedwongen worden om bij te springen.

Onlangs heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat nog eens in een uitspraak bevestigd. In die zaak had een vennootschap met twee aandeelhouders dringend een financiering nodig van € 300.000,-. Dit om de kosten te kunnen dragen van een verhuizing. Die verhuizing was noodzakelijk omdat het pand niet voldeed en de huur bovendien was opgezegd door de verhuurder. De onderneming was echter niet in staat om extern een financiering aan te trekken en te bekostigen. Daardoor kwam het voortbestaan van de onderneming op het spel te staan.

Eén aandeelhouder (50%) heeft daarop voorstellen gedaan aan zijn medeaandeelhouder (50%) om in de financiering te voorzien door middel van een agiostorting of aandelenemissie. Overeenstemming werd echter niet bereikt, waardoor een impasse ontstond. Daarop is de zaak in een kortgeding voorgelegd aan de voorzieningenrechter en later in hoger beroep aan het hof. Inzet van de zaak was of de medeaandeelhouder verplicht was om mee te werken aan een financiering in de vorm van agiostorting of een aandelenuitgifte. Zowel de voorzieningenrechter als later het gerechtshof hebben die vraag bevestigd beantwoord.

Noodzaakfinanciering

Volgens bestaande rechtspraak kan een vordering die gericht is op het verkrijgen van een “noodzaakfinanciering” worden toegewezen wanneer aan de volgende drie voorwaarden is voldaan:

  1. er moet sprake zijn van financiële nood die het voortbestaan van de vennootschap in gevaar brengt;
  2. er moet sprake zijn van een impasse in de besluitvorming binnen de vennootschap;
  3. er dient geen reëel uitzicht te zijn op financiering via een andere bron dan uitgifte van nieuwe aandelen.

Volgens het gerechtshof werd in dit geval aan alle drie de voorwaarden voldaan. De medeaandeelhouder was daarom verplicht om mee te werken aan een financiering in de vorm van agiostorting of een aandelenuitgifte.

Kortom, een aandeelhouder kan in principe niet worden gedwongen om bij te springen, maar ontstaat bij de vennootschap een acute financieringsnood en een impasse in de besluitvorming, dan kan dat toch anders komen te liggen.

Johan de Koning Gans