Het huwelijksvermogensrecht biedt echtgenoten de mogelijkheid (onbelast) vermogen over te hevelen. Zeker voor de grotere vermogens biedt dit volop kansen in het kader van estate planning. Maar niet iedere afspraak leidt tot het gewenste effect. Eens in de zoveel tijd laait de discussie op of het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden een schenking vormt.

De Hoge Raad heeft in 1959 en 1971 al beslist dat bij aangaan van een algehele gemeenschap van goederen met gelijke delen (50-50) geen sprake is van een schenking. Zelfs niet als de ene echtgenoot zeer vermogend is en de andere vrijwel niets bezit of wanneer dit in het zicht van overlijden gebeurt. Er is namelijk geen sprake van een voltooide vermogensverschuiving.

In de praktijk doen zich vaak afwijkende situaties voor, bijvoorbeeld een beperkte gemeenschap van goederen of een gemeenschap met ongelijke delen. In deze blog praat ik u bij aan de hand van een vorig jaar geactualiseerd besluit en een interessante uitspraak van Rechtbank Gelderland.

Voor de goede orde: overal waar in deze blog gesproken wordt over echtgenoten en huwelijkse voorwaarden worden ook geregistreerd partners en partnerschapsvoorwaarden bedoeld.

De wettelijke en algehele gemeenschap van goederen

Sinds 1 januari 2018 is het huwelijksvermogensrecht gewijzigd. Zonder het opstellen van huwelijkse voorwaarden is niet langer sprake van een algehele, maar een beperkte gemeenschap van goederen. Voorhuwelijks vermogen alsmede schenkingen en erfenissen blijven sindsdien privévermogen.

In het besluit van 29 maart 2018 spreekt de staatssecretaris om te beginnen enkele geruststellende woorden: “Uitgangspunt voor de toepassing van de Successiewet is dat het aangaan van het huwelijk zonder opstellen van huwelijkse voorwaarden, geen schenking is.” Waarschijnlijk hebben de echtgenoten dit zelf ook zo ervaren en is er geen ambtenaar van de burgerlijke stand die hen op dit potentiele risico gewezen heeft. Voor degenen die toch nog twijfelden, neemt de staatssecretaris alle onduidelijkheid weg.

Zowel het aangaan van een gemeenschap oude als nieuwe stijl, waarin de echtgenoten voor gelijke delen gerechtigd zijn, vormt géén schenking. Dit geldt ook voor een finaal verrekenbeding waarbij de echtgenoten afspreken dat zij aan het einde van het huwelijk afrekenen alsof sprake is van een wettelijke of algehele gemeenschap van goederen.

Een gemeenschap met ongelijke delen

De arresten van de Hoge Raad zien niet op de situatie dat sprake is van een gemeenschap met ongelijke delen, bijvoorbeeld 70-30. De staatssecretaris keurt goed dat een wettelijke of algehele gemeenschap van goederen met ongelijke delen niet als schenking wordt aangemerkt, mits de meest vermogende echtgenoot:

  • tenminste gerechtigd blijft tot 50% van de gemeenschap; en
  • ten hoogste tot de gerechtigdheid die hij al had.

Voorbeeld

Maarten en Sophie gaan trouwen onder huwelijkse voorwaarden, waarbij ze een algehele gemeenschap van goederen aangaan met de verdeelsleutel 70 (man) – 30 (vrouw). Maarten heeft een vermogen van € 1 miljoen. Sophie heeft geen vermogen. Als de gemeenschap wordt ontbonden, is Maarten gerechtigd tot € 700.000 en Sophie tot € 300.000, zodat geen sprake is van een schenking. In de omgekeerde situatie (30-70) zou dit wel het geval zijn, omdat het vermogen van Maarten dan daalt onder de 50%.

Een beperkte gemeenschap van goederen

Als men bovenstaande lijn doortrekt, ligt het voor de hand dat ook het aangaan van een beperkte gemeenschap geen schenking vormt zolang de echtgenoten maar voldoen aan de 50%-grens. De staatssecretaris neemt echter nog steeds het standpunt in dat de overgang naar een beperkte gemeenschap onder omstandigheden een schenking kan zijn. Als voorbeeld noemt hij de situatie, waarbij de ene echtgenoot een pand inbrengt en de andere echtgenoot niets. De staatssecretaris is van mening dat de vermogensverschuiving dan voltooid en bepaalbaar is.

Dit standpunt is discutabel, maar in de praktijk voorkomt men liever discussie door een gemeenschap niet té beperkt te maken. Bijvoorbeeld door beide echtgenoten vermogen in te laten brengen en ook toekomstige bezittingen en schulden gemeenschappelijk te maken.

De uitspraak van Rechtbank Gelderland

Op 10 december 2018 is een interessante uitspraak gepubliceerd. In deze zaak heeft de man een vermogen van € 150 miljoen en de vrouw een vermogen van € 1 miljoen. Zij maken huwelijkse voorwaarden en komen een beperkte gemeenschap van goederen overeen. Tot de gemeenschap behoort alleen een gezamenlijke en/of rekening, waarop de man € 10 miljoen heeft gestort.

De inspecteur is van mening dat sprake is van een schenking van de man aan de vrouw en legt een aanslag schenkbelasting op van € 5 miljoen. Rechtbank Gelderland oordeelt echter – in lijn met de jurisprudentie van de Hoge Raad – dat ook bij een dergelijke beperkte gemeenschap geen sprake is van een voltooide vermogensverschuiving.

Deze uitspraak van de rechtbank biedt de praktijk meer flexibiliteit dan het standpunt van de staatssecretaris. De inspecteur heeft echter hoger beroep ingesteld. Watermill houdt u op de hoogte van het vervolg en adviseert u graag over het opstellen of wijzigen van huwelijkse voorwaarden in úw situatie.

Rogier Pak

Bij het adviseren van vermogende particulieren en hun families op het gebied van (inter)nationale estate planning staan voor Rogier de wensen van zijn cliënten voorop. Vervolgens zoekt hij de optimale juridische en fiscale oplossing.

rpak@watermill.nl
📞 030-3074910
Rogier Pak