Met de eerste helft van 2021 achter ons en de zomervakantie voor de deur is het een goed moment om even vooruit te kijken naar wat actualiteiten op het gebied van estate planning, zowel privé als zakelijk. En in het verlengde daarvan ook naar een aantal ontwikkelingen die we (mogelijk) in de tweede helft van dit jaar kunnen verwachten.

Het huwelijksvermogensrecht

Als er tussen (aanstaande) echtgenoten grote vermogensverschillen bestaan, kan de vraag opkomen of het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden in een (algehele) gemeenschap van goederen als een schenking van de rijkere echtgenoot aan de andere echtgenoot kan worden aangemerkt. De Hoge Raad heeft in 1959 en 1971 al beslist dat bij aangaan van een algehele gemeenschap van goederen met gelijke delen (50-50) geen sprake is van een schenking. Zelfs niet als de ene echtgenoot zeer vermogend is en de andere vrijwel niets bezit of wanneer dit in het zicht van overlijden gebeurt. Er is namelijk geen sprake van een voltooide vermogensverschuiving.

Desondanks is er altijd discussie blijven bestaan over de gevolgen van een beperkte gemeenschap van goederen en later ook over een gemeenschap met ongelijke delen. De staatssecretaris heeft in een besluit het standpunt ingenomen dat de overgang naar een beperkte gemeenschap onder omstandigheden een schenking kan zijn. Als voorbeeld noemt hij de situatie, waarbij de ene echtgenoot een pand inbrengt en de andere echtgenoot niets. De staatssecretaris is van mening dat de vermogensverschuiving dan voltooid en bepaalbaar is.

De visie van de staatssecretaris is grotendeels achterhaald door het arrest van de Hoge Raad op 7 mei 2021, waaruit volgt dat ook bij een beperkte gemeenschap van één vermogensbestanddeel (een bankrekening) geen sprake is van een schenking. Eind 2020 heeft de  Rechtbank Noord-Holland al beslist dat ook een gemeenschap met ongelijke delen (90-10) niet als schenking kan worden aangemerkt.

Deze uitspraken maken het voor echtgenoten mogelijk om via hun huwelijkse voorwaarden nagenoeg het gehele vermogen onbelast van de ene echtgenoot naar de andere echtgenoot over te hevelen. Dit past niet goed binnen het huidige systeem van de Successiewet. Zeker als laatstgenoemde uitspraak in hoger beroep stand houdt, ligt het in de lijn der verwachting dat een eerder nog gesneuveld wetsvoorstel opnieuw in aangepaste vorm van stal wordt gehaald. De strekking zal dan zijn dat een (beperkte) gemeenschap van goederen voor toepassing van de Successiewet niet als schenking wordt aangemerkt, mits de meest vermogende echtgenoot:

  • tenminste gerechtigd blijft tot 50% van de gemeenschap; en
  • ten hoogste tot de gerechtigdheid die hij/zij al had.

Reken u daarom niet te snel rijk bij (advies over) het opstellen of wijzigen van huwelijkse voorwaarden.

Einde van de jubelton in zicht?

Zoals algemeen bekend, zijn schenkingen voor de eigen woning aan begiftigden jonger dan 40 jaar tot een bedrag van € 105.302 (cijfers 2021) vrijgesteld van schenkbelasting. Zonder alle belangrijke ins en outs hier te noemen, moet de ontvanger de schenking dan in het jaar van de schenking of de twee daaropvolgende kalenderjaren gebruiken voor de aankoop of verbouwing van een eigen woning en/of de aflossing van een eigenwoningschuld.

Recent heeft een evaluatie van de doeltreffendheid van de jubelton plaatsgevonden. De uitkomsten hiervan zijn niet verrassend en bieden estate planners weinig hoop voor de toekomst:

“De vrijstelling is in 2017 structureel verruimd met als doel het verminderen van de eigenwoningschuld en het verlagen van het percentage onderwaterhypotheken. Het budgettaire beslag van de huidige schenkingsvrijstelling eigen woning bedraagt € 188 miljoen per jaar. Uit het onderzoek blijkt ten aanzien van de doeltreffendheid van de verruimde schenkingsvrijstelling dat de regeling hoogstens een beperkt effect heeft op de totale hypotheekschuld in Nederland. Ontvangers die al een woning hebben, hebben hun hypotheekschuld maar in beperkte mate verkleind ten opzichte van vergelijkbare huishoudens die geen schenking ontvangen. Een deel gaat duurder wonen. Starters gebruiken de schenking deels om minder te lenen dan op basis van hun inkomen had gekund, maar ook om een duurdere woning te kopen dan starters zonder schenking. Bovendien is de financiële uitgangspositie van huishoudens die een schenking ontvangen al relatief gunstig ten opzichte van huishoudens zonder schenking. Dit vergroot de vermogensongelijkheid binnen generaties.”

Vanwege de demissionaire status van dit kabinet laat de staatssecretaris “een inhoudelijke appreciatie van het rapport over aan een volgend kabinet.” Momenteel wil de formatie van het kabinet natuurlijk nog niet heel erg vlotten, maar met dit rapport is de kans reëel dat de jubelton in de toekomst (definitief) verdwijnt. Ook gelet op de verkiezingsprogramma’s van verschillende partijen. Voor de mensen bij wie dit speelt, is het advies daarom niet te lang te wachten met het benutten van deze vrijstelling of eerdere schenkingen waar mogelijk aan te vullen tot het maximale bedrag.

Ontwikkelingen op het gebied van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)

Al sinds de uitbreiding van de fiscale faciliteiten in 2010 is er discussie tussen adviseurs en de Belastingdienst over het toepassingsbereik van de BOR, bijvoorbeeld op het gebied van de bezits- en voortzettingseis en over Vastgoed ondernemingen. De Belastingdienst is geneigd de BOR te restrictief toe te passen, vaak met jarenlange procedures tot gevolg. De belangen zijn immers groot: met toepassing van de BOR bedraagt de gecombineerde belastingdruk circa 3,4% en zonder BOR maar liefst 40%.

Naast alle kritiek op de omvang van de (voorwaardelijke) vrijstellingen wordt er vanuit verschillende hoeken gelukkig ook meer de nadruk gelegd op het belang van deze regeling voor het voortbestaan van de vele familiebedrijven in ons land. De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat is vorige maand in een schriftelijke reactie op een motie vanuit de Kamer ingegaan op verschillende aspecten die spelen rondom bedrijfsopvolging en de BOR. Hierin heeft zij tevens aangegeven dat de reguliere evaluatie van de fiscale regelingen met betrekking tot bedrijfopvolging en -beëindiging binnenkort start. In het vierde kwartaal van dit jaar wordt deze evaluatie met een kabinetsreactie aan de Tweede Kamer gestuurd. Wij houden u op de hoogte.

Wat gaat er gebeuren met (bestaande) privacy structuren?

Wij hebben u eerder dit jaar geïnformeerd over een conceptwetsvoorstel, dat zonder nadere aanpassing grote gevolgen zou hebben voor Open CV’s en FGR’s die in binnenlandse situaties veelal volkomen legitiem worden gebruikt voor het opzetten van privacy structuren. De bedoeling was om dit wetsvoorstel onderdeel uit te laten maken van het Pakket Belastingplan 2022 met een beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2022.

Gezien de vele inhoudelijke reacties heeft de staatssecretaris wijselijk besloten hiervan af te wijken om te kijken “waar en in hoeverre recht kan worden gedaan aan de tijdens de internetconsultatie geuite zorgen”. De verwachting is dat het wetsvoorstel daarom in de winter als afzonderlijk wetsvoorstel zal worden aangeboden aan de Kamer. De voorgenomen aanpassing van de definitie van het FGR wordt bovendien geen onderdeel van dit wetsvoorstel en volgt later. Laten we hopen dat binnenlandse structuren hiermee niet onnodig onmogelijk worden gemaakt, waardoor vermogende particulieren zich mogelijk gaan richten op buitenlandse rechtsvormen om hun privacy te waarborgen.