Als bestuurder ben je niet aansprakelijk voor schulden van de rechtspersoon (bv, nv, stichting of vereniging) waarvan je bestuurder bent. Maar maak je het als bestuurder te bont, dan kun je onder omstandigheden persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Bijvoorbeeld door de curator, een schuldeiser of de Belastingdienst.

Graag nemen we je mee in een serie van vier blogs met praktische adviezen voor bestuurders om persoonlijke aansprakelijkheid te voorkomen. Vandaag deel 3: “aansprakelijkheid tegenover de eigen rechtspersoon”.

Taak bestuurder

Elke bestuurder is tegenover de rechtspersoon waarvan hij bestuurder is verplicht om zijn bestuurstaak behoorlijk te vervullen (artikel 2:9 BW). Die bestuurstaak bestaat onder andere uit het dagelijks bestuur, het bijhouden van de administratie, het uitvoeren van de strategie of het maken van toekomstplannen.

Aansprakelijkheid bij onbehoorlijke taakvervulling

Schiet je als bestuurder tekort in die bestuurstaak en kan jou daarbij een ernstig verwijt worden gemaakt, dan ben je persoonlijk aansprakelijk tegenover de rechtspersoon. Is de rechtspersoon inmiddels failliet, dan kan de curator je op deze grond aanspreken.

Meer informatie over de aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover de rechtspersoon vind je terug in onze kennisbank.

Voorbeelden aansprakelijkheid

Een bestuurder die handelt in strijd met de statuten van de rechtspersoon zit in de gevarenzone. Denk aan het negeren van een statutaire bepaling die voorschrijft dat voor een bepaalde beslissing toestemming nodig is van de raad van commissarissen. Andere voorbeelden zijn:

  • het niet bijhouden van de boekhouding;
  • het onbevoegd binden van de rechtspersoon aan derden;
  • het aangaan van verplichtingen die niet passen binnen het doel van de rechtspersoon;
  • het nalaten om de onderneming te beschermen tegen voorzienbare risico’s, bijvoorbeeld door gebruikelijke verzekeringen niet af te sluiten.

Collectief verantwoordelijk

Draai je ook op voor de fouten van jouw collega-bestuurder? In principe wel, want je bent als bestuur collectief verantwoordelijk voor een goede uitvoering van de bestuurstaak. Als het gaat om belangrijke onderwerpen, zoals financiën, kan een bestuurder zich ook niet verweren met een beroep op onwetendheid, ondeskundigheid of de onderlinge taakverdeling.

Décharge

Gebruikelijk is dat de rechtspersoon het bestuur regelmatig décharge verleend voor het gevoerde beleid. In dat geval kun je in principe niet meer door de rechtspersoon aansprakelijk worden gesteld. Maar décharge biedt geen onbeperkte bescherming. Zo valt voor de rechtspersoon onbekende informatie hier niet onder. Ook biedt décharge je geen bescherming tegen aansprakelijkheidsstelling door derden, zoals de curator of een schuldeiser.

Tips voor bestuurder

Welke concrete maatregelen kun je als bestuurder nemen om aansprakelijkheid te voorkomen? Hieronder een aantal tips:

  • ken de statuten (en andere richtlijnen) en leef ze na. Het in strijd handelen met de statuten levert in principe automatisch aansprakelijkheid op;
  • leg een taakverdeling schriftelijk vast, blijf op de hoogte van kernzaken zoals financiën;
  • laat je goed informeren door je medebestuurders, zodat je op de hoogte bent van alles wat er speelt binnen het bestuur;
  • documenteer besluiten en de afweging die aan een besluit ten grondslag lag, zeker als het om besluiten met verhoogde financiële risico’s gaat;
  • wees extra kritisch als er bij een besluit sprake is van vermenging van de belangen van de vennootschap en de privébelangen van de bestuurder;
  • laat de aandeelhouders of een ander bevoegd orgaan décharge verlenen voor het gevoerde financiële beleid en laat dat in de notulen opnemen;
  • zorg ervoor dat de rechtspersoon beschikt over een administratie die voldoet aan de eisen die daaraan gesteld worden.
Johan de Koning Gans