Het einde van het jaar nadert, wat ook inhoudt dat de nieuwe peildatum voor box 3 weer in zicht komt. Vaak een reden om je af te vragen of het nog wel aantrekkelijk is om te blijven sparen of beleggen in box 3. Het ‘hoppen’ naar box 2 is uiteraard niet nieuw, maar kan in bepaalde situaties wel actueel worden. Bijvoorbeeld vanwege de verkoop van een onderneming of het verkrijgen van een erfenis. In deze blog komen de actuele cijfers en enkele aandachtspunten aan bod.

Sparen of beleggen in box 3 of box 2: wat betekent het?

De (inkomsten)belasting die u moet betalen is verdeeld over verschillende ‘boxen’. Als u uw spaargeld ‘gewoon’ op een privé-bankrekening heeft staan, betaalt u belasting in box 3. Die belasting heet de vermogensrendementsheffing, waarover hierna meer. U kunt er ook voor kiezen om uw spaargeld in een B.V. of in een fonds te stoppen. Dan gelden er andere belastingregels. U betaalt dan namelijk belasting in box 2. Het kan zijn dat u minder belasting hoeft te betalen als u uw spaargeld verplaatst van box 3 naar box 2. Daar gaat deze blog over.

Vermogensrendementsheffing in box 3

Over de waarde van het vermogen per 1 januari is in box 3 belasting verschuldigd op basis van een fictief rendement, ongeacht het rendement dat daadwerkelijk behaald wordt. De voorgestelde tarieven voor 2019 zijn als volgt (per persoon bij partners):

Vermogen vanaf (€) Tot en met (€) Effectief tarief Verschil 2018
0 30.360
30.361 102.010 0,58% – 0,03%
102.011 1.020.096 1,34% +0,04%
1.020.097 1,68% +0,07%

Wat direct opvalt, is dat de effectieve tarieven (nog steeds) veel hoger liggen dan de rente bij de bank, zelfs in de eerste schijf. Dit komt omdat men geacht wordt een deel van het vermogen boven de vrijstelling te beleggen. In de praktijk gebeurt dit lang niet altijd. Je kunt je daarom afvragen in hoeverre deze wijze van belastingheffing toelaatbaar is. Tot op heden zijn procedures tegen de box 3-heffing echter weinig succesvol gebleken. Alleen in gevallen dat er sprake is van een individuele buitensporige last, denk bijvoorbeeld aan de situatie dat er sprake is van een substantieel bedrag aan spaargeld in box 3 en geen verdere andere inkomsten, kan een bezwaarschrift mogelijk tot een beperking van box 3-heffing leiden. In andere gevallen kan er ook maar beter bijtijds worden geanticipeerd op de nieuwe peildatum.

Sparen of beleggen in box 2: Spaar-B.V., OFGR of VBI?

In box 2 is het daadwerkelijke rendement belast. De vennootschapsbelasting voor winsten tot € 200.000 bedraagt 20%. Om het vermogen naar privé te halen is over het restant 25% aanmerkelijk belang (AB) heffing verschuldigd. In het belastingpakket 2019 is voorgesteld de tarieven voor de vennootschapsbelasting te verlagen en de AB-heffing te verhogen. Per saldo wordt beleggen in box 2 hierdoor iets voordeliger.

Jaar Vpb tot

€ 200.000

AB-heffing Belastingdruk tot € 200.000
2018 20% 25% 40,00%
2019 19% 25% 39,25%
2020 16,5% 26,25% 38,42%
2021 15% 26,9% 37,87%

Binnen box 2 bestaat de keuze tussen een (spaargeld) B.V. of een open fonds voor gemene rekening (OFGR). Lees hier meer over het fonds en de verschillen met de B.V.

Bij de keuze voor een OFGR kan het fonds via een afzonderlijke beschikking van de Belastingdienst worden aangemerkt als een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI). De VBI betaalt geen vennootschapsbelasting. Er gelden wel enkele aanvullende (beleggings)eisen, maar in de praktijk valt hier prima rekening mee te houden. Over het vermogen in de VBI wordt jaarlijks een fictief rendement van 5,60% in aanmerking genomen, waarover 25% AB-heffing is verschuldigd (effectief 1,4%). Dit leidt tot een tijdelijk liquiditeitsnadeel, maar de belastingdruk blijft lager dan in een reguliere B.V. of OFGR.

De omslagpunten (cijfers 2019)

Op basis van de voorgestelde tarieven zijn de omslagpunten van box 3 naar box 2 als volgt.

Box 2 (19% Vpb) Box 2 (25% Vpb) VBI
Box 3 (1,68%) 4,28% 3,84% 6,72%
Box 3 (1,34%) 3,41% 3,06% 5,36%

Tot een rendement van grofweg 4% is beleggen in box 2 voordeliger dan in box 3. Dit geldt dus sowieso voor bank- en spaartegoeden. Bij een OFGR met VBI-status bedraagt het omslagpunt in de derde schijf bijna 7%, zodat ook met beleggingen een (aanzienlijk) fiscaal voordeel kan worden behaald. Ter indicatie: bij een portefeuille van € 3 miljoen en een rendement van 4% bedraagt het voordeel over 5 jaar circa € 110.000.

Let op de spelregels bij box hoppen!

In de huidige tijd waarin fiscale structuren in de media regelmatig onder een vergrootglas liggen, is het goed om op te merken dat ‘box hoppen’ gewoon is toegestaan. Om misbruik te voorkomen, gelden wél enkele spelregels. Het vermogen moet minimaal 6 maanden ‘wegblijven’ uit box 3 (18 maanden bij een VBI). Let op: gebeurt dit niet dan wordt het vermogen zowel in box 2 als in box 3 belast! Box hoppen is dus met name interessant voor vermogen dat niet op korte termijn voor andere doeleinden nodig is. Door te spelen met de termijnen kan worden bereikt dat slechts een deel van het rendement daadwerkelijk belast is.

Of beleggen in box 2 voor u aantrekkelijk(er) is, kan worden berekend aan de hand van het te verwachten rendement. Om het fiscale voordeel daadwerkelijk te realiseren, is er wel werk aan de winkel. Het vermogen dient namelijk vóór het einde van het jaar te worden verplaatst naar box 2. Watermill is hierbij graag van dienst.

Rogier Pak

Rogier Pak

Bij het adviseren van vermogende particulieren en hun families op het gebied van (inter)nationale estate planning staan voor Rogier de wensen van zijn cliënten voorop. Vervolgens zoekt hij de optimale juridische en fiscale oplossing.
Rogier Pak