Graag nemen we je mee in een serie van vijf blogs met praktische adviezen over slim contracteren. Daarin behandelen we het contract vanaf de voorfase tot en met de vastlegging. Vandaag deel 3: “bindingsangst: zo los je het op”.

Aan zakelijke contracten gaat vaak een traject vooraf van oriënteren, onderhandelen en vastleggen. Maar vanaf welk moment zit je ergens aan vast? En mogen onderhandelingen zonder consequenties worden afgebroken?

Slim contracteren is ook weten vanaf welk moment je vastzit aan een afspraak. Of beter nog, zelf bepalen wanneer je vastzit aan een afspraak door voorbehouden te gebruiken.

Wanneer is sprake van een overeenkomst?

Heb je eenmaal een overeenkomst met je zakenpartner, dan zit je daar natuurlijk aan vast. Naleving van de afspraken kan zo nodig worden afgedwongen bij de rechter. Afspraak is immers afspraak.

Maar wanneer heb je een overeenkomst? In de wet staat dat een overeenkomst tot stand komt door een aanbod en de aanvaarding daarvan. Wanneer je bijvoorbeeld akkoord gaat met het aanbod om zaken tegen een bepaalde kooprijs te kopen, dan is sprake van een bindende overeenkomst.

Overeenkomst hoeft niet schriftelijk

Hoe het aanbod of de aanvaarding plaatsvindt, maakt in principe niet uit. Dat de afspraken nog niet “op papier” zijn gezet doet aan de geldigheid dus niets af. Overeenkomsten kunnen evengoed mondeling of per WhatsApp worden gesloten. Gebondenheid ontstaat sneller dan wel eens wordt gedacht.

Zeker bij belangrijke overeenkomsten is het slim om de gemaakte afspraken schriftelijk vast te leggen in een contract. Dat voorkomt onduidelijkheid over de inhoud van de afspraken. Bovendien dient het schriftelijke contract als bewijs van de gemaakte afspraken.

Niet op alle punten hoeft overeenstemming te bestaan

Maar wat als partijen het op bepaalde punten wel, maar op andere punten niet eens zijn geworden? Je zou misschien denken dat je dan nog nergens aan vastzit. Toch kan dan sprake zijn van een bindende overeenkomst, zo volgt uit de rechtsspraak. Met name wanneer de punten waarover nog geen overeenstemming bestaat van ondergeschikt belang zijn. Ben je het eens over de belangrijkste onderwerpen, zoals de prijs, dan zou je al wel eens vast kunnen zitten aan een overeenkomst. Pas daar dus voor op.

Afbreken van onderhandelingen

Uiteraard kunnen onderhandelingen over de inhoud van een overeenkomst mislukken. Uitgangspunt is dat onderhandelingen zonder consequenties afgebroken mogen worden. In de volgende twee situaties ligt dat anders:

  • wanneer een partij er – objectief gezien – gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat het tot een overeenkomst zou komen;
  • wanneer sprake is van onaanvaardbaar onderhandelingsgedrag door een partij.

Gedacht kan worden aan een kwestie waarbij één van de partijen na een lang en kostbaar traject doelbewust aanstuurt op een breuk, terwijl feitelijk op alle punten overeenstemming bestaat.

De teleurgestelde partij kan in zo’n situatie aan de rechter vragen om de andere partij te verplichten door te onderhandelen op straffe van een dwangsom. Is het vertrouwen in de onderhandelingspartner verloren, wat begrijpelijk is, dan kan ook gevraagd worden om betaling van een schadevergoeding.

Gebruik voorbehouden

In de praktijk is het vaak wenselijk om nergens aan vast te zitten tot er op alle punten overeenstemming is bereikt. Daarvoor is een eenvoudige oplossing: maak duidelijke voorbehouden in de onderhandelingsfase. Bijvoorbeeld door aan te geven dat binding pas ontstaat op het moment dat alle afspraken schriftelijk zijn vastgelegd en ondertekend.

Een voorbehoud kan ook inhouden dat binding pas ontstaat als aan een bepaalde voorwaarde is voldaan, bijvoorbeeld goedkeuring van de aandeelhouders of het verkrijgen van financiering. Een voorbeeld hiervan is:

Een overeenkomst tot koop en verkoop zal worden aangegaan onder de opschortende voorwaarde dat goedkeuring is verleend door de aandeelhouders van [contractspartij A].

Intentieovereenkomst

Zeker wanneer er grote financiële belangen meespelen, zoals bij bedrijfsovernames, is het gebruikelijk om voorbehouden op te nemen in een intentieovereenkomst (ook wel ‘Letter of Intent’ of ‘LOI’ genoemd). Ook kan daarin worden afgesproken dat het afbreken van onderhandelingen niet leidt tot schadeplichtigheid.

Uit een intentieovereenkomst moet overigens duidelijk blijken van het “vrijblijvende” karakter, anders ligt het risico op de loer dat alsnog geoordeeld wordt dat er sprake is van bindende afspraken.

Conclusie

Aan een overeenkomst zit je soms sneller vast dan je zou willen. Zelfs onderhandelingen kunnen niet altijd zonder consequenties worden afgebroken. Een oplossing hiervoor is het gebruik van voorbehouden. Daarmee houd je de regie en voorkom je onaangename verassingen.

Wil je graag een voorbehoud opnemen of een intentieovereenkomst sluiten, neem dan vrijblijvend contact op.

Johan de Koning Gans

Als advocaat is Johan hét juridische geweten van de klanten van Watermill.